Veel gestelde vragen over spirometrie

Index

  1. Welke spirometer wordt aanbevolen voor gebruik in de huisartspraktijk?
  2. Waar vind ik goede spirometrie cursussen?
  3. Nieuwe referentiewaarden en de Z-score en wat moet ik ermee?
  4. Hoe zit het nu met de referentiewaarden voor Afrikanen en Aziaten?
  5. Hoe vaak voer je een controle spirometrie uit bij COPD en Astma patiënten? 
  6. Wanneer moet je reversibiliteit bepalen bij spirometrie?
  7. Welke spirometrie waarden noteer ik nu in het HIS? Hoe registreer ik nu een pre-, posttest of een test na gebruik van eigen medicatie?
  8. Wat zijn de consequenties van de nieuwe GLI-waarden en de z-score op de indeling in GOLD-stadia? 
  9. Reversibiliteit bij COPD, wat is er nu eigenlijk aan de hand? 


Welke spirometer wordt aanbevolen voor gebruik in de huisartspraktijk?

Zie hiervoor de pagina "Spirometrie" van deze website.

Terug naar boven

Waar vind ik goede spirometrie cursussen?

Zie hiervoor de pagina "Scholing" van deze website.

Terug naar boven

Nieuwe referentiewaarden en de Z-score en wat moet ik ermee?

Bij het uitkomen van de nieuwe NHG-standaarden Astma voor volwassenen en COPD begin 2015, werd de z-score voor het eerst beschreven.
Wat betekent die nu voor de praktijk.

 Bij de wijziging van de spirometrie werden er eigenlijk 2 wijzigingen tegelijkertijd doorgevoerd namelijk:

  1. Het implementeren van nieuwe normaalwaarden voor FEV1, FVC en FEV1/FVC (=FER-ratio). Deze worden de GLI-normaal waarden genoemd.
  2. Het gebruik maken van de lower limit of normal als maat voor obstructie.

Ad 1:
De normaalwaarden waar we tot 2015 mee werkten dateerden al uit de jaren ’60 en waren spirometriewaarden gebaseerd op mijn- en metaalwerkers. Het werd dus hoog tijd om normaalwaarden te formuleren die meer recht doen aan de populatie patienten die wij in de praktijk zien.
Het voordeel van deze nieuwe normaalwaarden is dat zij gelden voor zowel kinderen als volwassenen (3-95 jaar). Verder doen ze meer recht aan vrouwen, omdat ook vrouwen in de normaalwaarden zijn meegenomen. Tevens worden ook normaalwaarden van de verschillende rassen beschreven. Je hoeft nu dus niet meer zelf een correctie tot te passen.

Ad 2.
Bij deze nieuwe interpretatie verlaten we het vaste afkappunt van 0,70 bij de FER-ratio (=FEV1/FVC-ratio) en werken we voortaan met de Lower Limit of Normal.
Deze waarde doet meer recht aan de diagnosestelling obstructie, omdat ouderen vanaf 60 jaar van nature een FER-ratio kunnen krijgen onder de 0,70. In de oude standaard wordt daar al melding van gemaakt, door middel van onderstaande opmerking.

 
In de onderstaande grafiek worden de beperkingen van de gefixeerde FER-ratio van 0,70 zichtbaar gemaakt. De schuine lijn geeft hierbij de gemiddelde fysiologische daling van de FER-ratio weer.

In deze grafiek is ook de andere consequentie van deze LLN te zien. Bij jongere patiënten met een FER-ratio net boven de 0,70 kan er toch al van obstructie gesproken worden. Deze Lower Limit of Normal (LLN) wordt voortaan weergegeven in een Z-score. De Z-score is de score die aangeeft hoeveel de FER-ratio van het gemiddelde afwijkt (lees: standaarddeviatie). Een Z-score van -1,64 (het 5e percentiel) of lager correspondeert dan met obstructie. Zie onderstaande grafiek.

Terug naar boven

Hoe zit het nu met de referentiewaarden van afrikanen en aziaten? 

De nieuwe GLI-normaalwaarden kunnen hiervoor automatisch corrigeren. Van belang is dat je het juiste ras bij de juiste patient invult. Op de onderstaande kaart zie je wat je waar moet invullen.

Rood    : Kaukasisch
Groen  : Noordoost Azisch
Blauw  : Zuidoost Azisch
Geel    : African                                                        
Grijs    : Gemengd anders

 

 

Terug naar boven

Hoe vaak voer je een controle spirometrie uit bij COPD en Astma patiënten?

COPD:


Astma: 

Terug naar boven

Wanneer moet je reversibiliteit bepalen bij spirometrie?

 Bij een diagnostische spirometrie meet je altijd reversibiliteit.

  • Bij een verdenking COPD kun je beter in periode van weinig klachten meten
  • Bij een verdenking astma kun je beter in een periode met klachten meten. Dan heb je de grootste kans op het vinden van reversibiliteit.

Bij een controle spirometrie hoef je meestal geen reversibiliteit te meten

  • Bij puur COPD meet je spirometrie na gebruik van eigen medicatie
  • Bij volledige astmacontrole meet je  spirometrie na gebruik van eigen medicatie. Ter overweging kun je hier bovenop nog een reversibiliteit als er nog rest klachten zijn
  • Bij dubbeldiagnose Astma/COPD meet na gebruik van eigen medicatie

Terug naar boven

Welke spirometrie waarden voer ik nu in in het HIS, hoe registereer ik nu een pre-, een posttest of een test na gebruik van eigen medicatie?

Sinds 2016 zijn er nieuwe labcodes gekomen voor het wegschrijven van de spirometrie gegevens in het HIS. Hieronder volgt het lijstje met mogelijkheden, met in het rood de nieuwe labcodes:

Link naar NHG labcode tabel: https://aut.nhg.org/labcodeviewer/

Terug naar boven

Wat zijn de consequenties van de nieuwe GLI en de z-score op de indeling in GOLD-stadia? 

De consequentie van de GLI-normaalwaarden is dat er een lichte verschuiving plaatsvindt in de prevalentie van de GOLD-stadia. Hieronder staat een onderzoek bij een Nederlandse huisarts met 3370 patiënten.


Een ander gevolg van de GLI(2012) is dat je eerder zou kunnen denken aan restrictie, omdat de FVC sneller onder de 80% van voorspeld zal uitkomen.

Terug naar boven

Reversibiliteit bij COPD, wat is er nu eigenlijk aan de hand?

 

Het vinden van reversibiliteit bij COPD blijft een moeilijk te interpreteren fenomeen. Is er nu sprake van Astma naast COPD, of is het toch puur een COPD-patiënt.
Een COPD-patiënt zonder astmatische kenmerken, die een reversibiliteit in de FEV1 laat zien, maar ook een behoorlijke volumetoename in de FVC laat zien, is er waarschijnlijk sprake  van puur COPD. Air-trapping is dan de oorzaak van het vinden van reversibiliteit. Bij COPD en met name longemfyseem is er sprake van ‘slappe’ luchtwegen. De elasticiteit is eruit. Hierdoor wordt het volume wat achterblijft in de longen bij een geforceerde uitademing vaak vergroot. Door middel van salbutamol kun je het laatste restje elasticiteit in deze ‘slappe’ luchtwegen soms toch mobiliseren, wat je dan terugziet als een volumerespons in de FVC, wat dan ook gepaard gaat met meer volume in de FEV1. Dit is dan geen reversibiliteit op basis van een astma, maar COPD met volumerespons.

Praktisch moet je er bij een spirometrie aan denken op het moment dat de volumetoename in de post-test van de FVC gelijk dan wel groter is dan van de FEV1. Uiteraard in combinatie met een kloppende anamnese!

Terug naar boven